Programmatoelichting – door Mijntje du Pont
We nemen u vanavond mee door een phantastische Nacht, met heel veel muziek uit de Romantiek, en een wereldpremière!
Het koor trapt het concert af met een a-capellawerk van Robert Schumann, Zahnweh, gebaseerd op het Engelstalige gedicht Address to the Toothache van de Schotse Robert Burns. Het gedicht gaat over kiespijn, wat Schumann muzikaal uitbeeldt met grillige harmonieën en onverwachte sprongen.
Hierop volgt de wereldpremière van Astrophobos, een werk voor dubbelkoor en orkest, gecomponeerd door Nico Graat, oud-USKO-lid. De basis is het gelijknamige gedicht van H.P. Lovecraft; Nico vlocht daar zorgvuldig meerdere canons doorheen die erg geliefd zijn binnen het USKO. In het werk staan de twee koren tegenover elkaar, waarbij het sopranen-altenkoor de rol van verteller opneemt, en het gemengde koor de rol van sterrenkoor vertolkt, dat eerst onjuist wordt aangezien voor engelenkoor. Uiteindelijk komen de koren samen met een belangrijke boodschap: als we niet stilstaan bij de mooie dingen die we al hebben en alleen maar over sterren blijven dromen, dreigen we de mooie dingen die we al hebben ook te verliezen.
Daarna zal het orkest samen met pianist Ramon van Engelenhoven het Vierde Pianoconcert van Beethoven uitvoeren. Dit stuk ging in 1808 in première op hetzelfde concert als onder andere Beethovens Vijfde Symfonie. Het pianoconcert raakte een tijd in vergetelheid maar werd herontdekt en gepopulariseerd door Felix Mendelssohn in 1836. Bijna tweehonderd jaar later is het een van de meest uitgevoerde pianoconcerten. Beethoven schreef dit concert nog voor de meeste leden van de Romantische componisten van wie wij verder vanavond werken uitvoeren, waren geboren. Hij was echter voor veel van deze componisten, met name voor Brahms, een belangrijke bron van inspiratie.
Na de pauze zullen a-capellawerken en werken voor orkest en koor samen elkaar afwisselen. De werken nemen u thematisch mee de nacht in naar het ochtendgloren (van Abendlich schon rauscht der Wald naar Morgengruß), met werken van Fanny en Felix Mendelssohn, en in het midden het vrij onbekende, maar verrassend mooie Nachtlied van Robert Schumann.
Vrijwel alle werken die u na de pauze hoort zijn gebaseerd op gedichten uit de Duitse Romantiek, een literaire en culturele stroming die van ongeveer 1798 tot 1848 haar hoogtijdagen beleefde. Op muzikaal vlak liep de Romantiek iets langer door (van ongeveer 1815-1910). De stroming was vooral een tegenreactie op de Verlichting, waarin het rationele centraal stond. Tijdens de Romantiek werd juist de subjectieve ervaring als uitgangspunt genomen. Vroege romantici stelden dat kennis dieper reikt dan wat men met zintuiglijke waarneming gewaar kan worden. Met de Verlichting was ook, zeker in Frankrijk, revolutie gebracht, gevolgd door Napoleon die Europa (opnieuw) in een slagveld had veranderd. De Duitse Romantici wendden zich uiteindelijk af van Revolutie (en de Fransen) en richtten hun blik op zichzelf, de eigen Ik. Het idee bestond dat de mens van daaruit contact kon leggen met al wat buiten zichzelf was, de niet-Ik. Vooral Natuur (met een hoofdletter N!) werd een belangrijke bron van inspiratie voor dichters en andere kunstenaars, en dan vooral hoe de Ik, het individu, die ervaarde. Die gevoelens werden erg belangrijk in het uiten van ideeën en gedachten. De Natuur was namelijk niet zomaar een gegeven, of een decor: het was de spiegel van de ziel. Waaide de wind? Dan waaide er waarschijnlijk ook iets door uw innerlijk, en dat gevoel mocht er zijn: het werd het belangrijkste wat er was. Sehnsucht, ook wel een diep, ondefinieerbaar verlangen naar iets groters, mooiers en beters, staat centraal. Wat dat verlangen precies is, is lastig om te ontcijferen en mogelijk ook onmogelijk, maar voor de Romanticus is het de ervaring die telt.
Dit komt duidelijk naar voren in Schöne Fremde, een lied van Fanny Mendelssohn, waarin de spreker van het gedicht het landschap intens ervaart, zich verbonden voelt met de geschiedenis, en zich in een lichte staat van vervreemding bevindt, maar deze ook weer niet volledig als storend ervaart. De onrust, verstilling en het naar binnen keren bleken een enorme bron van inspiratie, zo ook voor Johannes Brahms, met wiens Schicksalslied we de avond afsluiten. Dit werk, Lied van het Lot in het Nederlands, wordt samen met Ein deutsches Requiem gezien als een van Brahms zijn beste werken. De tekst komt oorspronkelijk uit de roman Hyperion van Friedrich Hölderlin, waarin het als het gedicht Hyperions Schicksalslied voorkomt. In het Schicksalslied wordt het hemelse, begeleid met rustige en mooie klanken, in schril contrast gebracht met het aardse bestaan, geïllustreerd door ophitsende muziek.
Wilt u meer lezen over de werken die wij vanavond voor u uitvoeren en de componisten die deze werken schreven, dan kunt u de onderstaande QR-code scannen voor een link naar het informatieboekje voor dit programma, samengesteld door de Programmainformatiecommissie van het USKO!
