Programmatoelichting – door Mijntje du Pont
Met de concerten op 11 en 13 december sluiten we ons zestiende lustrum feestelijk af, en hoe: met maar liefst één Nederlandse première en drie wereldpremières!
Het orkest opent de laatste concerten van het lustrumjaar met een concertouverture van Felix Mendelssohn: Die Hebriden, een prachtig stuk uit 1832, dat al snel onderdeel werd van het orkestrepertoire in West-Europa. Hij schreef het werk nadat hij als 20-jarige de Schotse Hebriden-eilanden bezocht. Deze reis liet zo’n sterke indruk achter dat hij niet anders kon dan deze te vertalen naar muziek. Met name het bezoek aan het eiland Staffa, waar de beroemde grot ‘Fingal’s Cave’ te vinden is, liet een grote indruk na op de jonge componist. Ook de ruwe zee, de woeste leegte van het landschap en de eenzame schoonheid van de natuur lieten Mendelssohn niet ongeroerd. Eerdere versies van het werk zijn gepubliceerd als Die einsame Insel (Het eenzame eiland) en Fingal’s Cave; onder deze namen is het stuk ook nog steeds bekend. Het werk wordt gezien als een vroeg voorbeeld van een symfonisch gedicht en Mendelssohns tijdgenoot en collega Johannes Brahms schijnt gezegd te hebben dat hij er veel voor over had gehad om zelf een stuk te schrijven als Die Hebriden. Mendelssohn was overigens niet de enige kunstenaar die zich liet inspireren door de eilanden en de grot. Schrijvers als Jules Verne en Sir Walter Scott, en dichters William Wordsworth, John Keats, en Lord Tennyson vonden inspiratie in deze grot.
De uitvoering van Die Hebriden wordt gevolgd door de wereldpremières die u vanavond zult bijwonen! In 2024 werd er ter gelegenheid van het 80-jarige bestaan van het USKO een Call for Scores uitgeroepen. Hiervoor werden (oud-)leden en andere enthousiaste componisten opgeroepen om een nieuw stuk voor het USKO te schrijven. Uit de inzendingen zijn maar liefst drie werken gekozen, alle drie geschreven door (oud-)leden van het USKO.
Moment’s Indulgence van Stijn Bruning is een stuk voor koor en orkest, met als basis het gelijknamige gedicht van de Indiase dichter Rabindranath Tagore (1861-1941). Dit gedicht komt uit de Engelstalige dichtbundel Gitanjali, waarvoor Tagore in 1913 de Nobelprijs voor de Literatuur ontving. Het gedicht gaat over een persoon die keihard werkt en op zoek is naar een moment van bezinning en de rust om ook te kunnen genieten van de mooie kanten van het leven. Stijn is sinds 2015 lid van het USKO als onder andere organist, contrabassist en bassenrepetitor. Vanavond speelt hij mee in het orkest als altviolist.
Daarna speelt het orkest het werk Terug naar huis (The Journey Home) van Leonardo Gil Rojo. Dit stuk is een muzikale vertaling van het avontuur dat Leonardo in het najaar van 2024 beleefde toen hij voor een half jaar in Nederland kwam studeren en viool speelde bij het USKO. Het resultaat is een vrolijk en warm stuk, dat soms doet denken aan filmmuziek. Leonardo noemt de orkestrale werken van Holst en de Japanse videogamemuziek van Yoko Shimomura als bron van inspiratie.
De laatste wereldpremière van de avond is A Child of Mine van Davin Mosterd, een compositie voor koor en orkest, gebaseerd op het gelijknamige gedicht van de Amerikaanse dichter Edgar Albert Guest. In het gedicht staan onder andere thema’s als vergankelijkheid, omgaan met verlies en liefdevolle herinneringen centraal. Als inspiratie voor zijn werk noemt hij de muziek van Schubert, Mozart en Bach. Davin heeft jarenlang als tenor bij het USKO gezongen en is nog steeds actief in de (Utrechtse) korenwereld.
Als afsluiting voor de pauze voert het koor Song of the Blacksmith uit van Gustav Holst. Het lied is gebaseerd op een volksliedje uit de regio van Hampshire. Holst geeft er zijn eigen interpretatie aan door het voor een vierstemmig koor te arrangeren. Zijn versie wijkt sterk af van het traditionele deuntje; zo gebruikte hij alleen het eerste couplet uit het lied en voegde hij nabootsende geluiden van een smid die op een aambeeld slaat toe.
En dan, de Nederlandse première van The Cloud Messenger van Gustav Holst!
Deze indrukwekkende cantate voor altsolist, koor en orkest is gebaseerd op de Meghadūta, een liefdesgedicht, geschreven door de Indiase dichter Kālidāsa rond het jaar 500 na Christus. Holst bewerkte bestaande Engelse vertalingen, waaronder die van R. W. Frazer, van het oorspronkelijke Sanskriet naar een eigen tekst als basis voor zijn cantate.
Het publiek wordt meegenomen op een wonderbaarlijke reis: een yaksha, een natuurgeest, is voor een jaar verbannen uit zijn woonplaats en daardoor gescheiden van zijn vrouw. De eenzame yaksha probeert een voorbijgaande wolk te overtuigen om een boodschap over te brengen naar zijn vrouw. Dit doet hij door de reis te beschrijven die de wolk zal afleggen als die instemt om een boodschap over te brengen naar zijn geliefde, een reis gevuld met prachtige landschappen, hemelse sferen en diep verlangen.
Holst was een liefhebber van Indiase kunsten, al heeft hij naar verluidt het land nooit bezocht. The Cloud Messenger werd het grootste werk dat Holst in zijn Indiase periode componeerde en ook het laatste werk daarvan. Hij werkte ruim zeven jaar aan het stuk en op 4 maart 1913 ging het in première in Londen. De recensies vielen tegen en het publiek was ook niet zo enthousiast als Holst had gehoopt. Dat lag overigens niet per se aan de compositie zelf. Het repeteren was rommelig verlopen: zo was het koor vergeten een heel deel in te studeren, namelijk de boodschap van de wolk, die na de climax van het stuk komt. Dit deel moesten de zangers dus tijdens de uitvoering van blad lezen. Teleurgesteld ging Holst met vrienden op vakantie naar Spanje, waar hij een nieuwe hobby ontdekte: astrologie.
In de jaren 20 en 30 werd The Cloud Messenger nog wel met enige regelmaat uitgevoerd, maar het werk werd overschaduwd door andere werken van Holst, zoals The Planets. Het werk raakte compleet in vergetelheid toen de bladmuziek ook nog eens kwijtraakte. Pas in 1990 werd het stuk weer voor het eerst uitgevoerd, voor een cd-opname, en in 2016 werd het voor het eerst na ruim tachtig jaar weer in concertsetting uitgevoerd, in Engeland. Dat het USKO dit najaar de Nederlandse première heeft, is voor een groot deel te danken aan Seth Butler, een eufoniumspeler uit Texas. Hij heeft in 2021 Holsts handgeschreven partituur omgezet naar een digitale partituur en deze gepubliceerd. Dit voorjaar heeft hij speciaal voor ons ook de orkestpartijen in elkaar gezet.
Wilt u meer lezen over de muziek en de componisten van dit programma, dan kunt u de onderstaande QR-code scannen voor een link naar het informatieboekje voor dit programma, samengesteld door de Programmainformatiecommissie van het USKO!
